Didactisch handelen

Binnen ZIEZO! kunnen kinderen zich verder ontwikkelen op eigen wijze, in hun tempo met  zorg en aandacht  voor elkaar.

 

Het ontwikkelaanbod  is erop gericht dat alle kinderen zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. 

 

De medewerkers van ZIEZO! zien kinderen en kunnen, doordat de leeromgeving voorspelbaar en ge-structureerd wordt, uitgaan van verschillen die er zijn in tempo van begrip, van leren, van de mate waarin kinderen moeten oefenen om zich iets eigen kunnen maken. De wijze waarop ons ontwikkelaanbod vormgeven draagt tevens bij tot zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfregulering. Kinderen hebben daardoor meer grip op hun eigen ontwikkelproces en zijn meer gemotiveerd om te leren. Om te komen tot deze betekenisvolle speel-leeromgeving zijn  afspraken gemaakt, waarbij het van belang is dat iedereen begrijpt hoe onze afspraken helpen een fijne leeromgeving te realiseren. Afspraken maak je immers vanuit een gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid.

 

De (speel)leerpleinen zijn de hele dag in gebruik om alleen of in groepjes te werken. We gebruiken op het speel/leerplein onze fluisterstem. Daardoor zal er een prettige speel/leer/werksfeer zijn. 
 

We werken binnen ZIEZO! met basisgroepen en instructiegroepen.

 

Voor de vakgebieden: rekenen, taal/lezen, spelling en begrijpend lezen zijn onze kinderen op basis van instructiebehoefte (meetbare gegevens, kindkenmerken, kindbehoefte) ingedeeld in instructiegroepen. Deze groepen worden na elke periode geanalyseerd om te kijken of een kind nog in de passende instructiegroep zit. Dat betekent dus dat instructiegroepen kunnen veranderen.

 

Concreet kan dat ook betekenen dat een kind instructie krijgt van een andere leerkracht (wél van hetzelfde leerplein) dan die van zijn/haar eigen basisgroep. Hier is een vaste structuur in aangebracht.

De kinderen zijn goed bekend met alle medewerkers van het leerplein en het is naast vertrouwd voor hen ook fijn om passend vanuit hun behoefte in een kleinere groep instructie te krijgen i.p.v. met de hele groep.

De kinderen van een leerplein ontmoeten elkaar zo ook veel meer, sluiten meer vriendschappen, leren samen werken en elkaar helpen. Voor de medewerkers betekent dit dat meer ogen naar een kind kijken en dat dit meer informatie kan opleveren of juist gebruik gemaakt kan worden van affiniteit en specialiteit van collega's.

 

Dat kan alleen maar voordelen opleveren voor de leerling, maar zeker ook voor de collega's. 

 

Daar we met meer medewerkers dan basisgroepen op een leerplein zijn, biedt dit mogelijkheden om met kleinere instructiegroepen te werken en kan er zo meer aandacht voor het individuele kind én de kleinere instructiegroep zijn. Kinderen die sneller aan de slag willen/kunnen, hoeven niet de hele instructie te volgen, maar krijgen de ruimte én het vertrouwen om op een passende (andere) leerplek verder zelfstandig aan de slag te gaan met hun opdrachten, bijv. op het leerplein. Kinderen die meer kunnen/meer willen leren worden niet enkel aan het werk gezet met meer werk, maar krijgen een andere instructie / uitdaging op een hoger denkniveau en opdrachten waar ze mee aan de slag kunnen. Dus niet enkel meer van hetzelfde, maar juist selectief in wat nodig is en uitdagen in een volgende stap.

 

Op de leerpleinen is ook ondersteuning en toezicht geregeld, mochten kinderen toch even een duwtje in de rug nodig hebben.

 

Volgens een vaste structuur wordt er instructie gegeven aan kleinere groepen, maar vooral aan die kinderen die dat nodig hebben. Kinderen moeten weten wanneer de leerkracht deze instructie geeft, zodat zij niet onnodig hoeven te wachten. Zij kunnen door met ander werk dat zij wel begrijpen. De kinderen mogen de keuze maken om aan te sluiten bij de instructie, maar ook de leerkracht kan bepalen wie deze instructie moet volgen.
 

In de instructiegroepen wordt tijdens het zelfstandig werken gewerkt met gedragsblokjes waarmee kinderen kunnen aangeven:


óf zij open staan voor het beantwoorden van vragen van medeleerlingen (groen)

óf zij in alle rust, ongestoord willen werken (rood)

óf zij samenwerken met een ander(oranje) 

óf ze een vraag hebben (vraagteken).

Deze vraag wordt beantwoord door een kind met groen op het blokje in dezelfde groep of door een pleincollega.

 

Er wordt tevens in de groepen (3-8) gewerkt met een weektaak. Parallelgroepen (drie groepen 3-4, vier groepen 5-6 en drie groepen 7-8) werken met eenzelfde weektaak (in vorm en inhoud).

 

 

Schoolwebsite door SchouderCom
Cookies voorkeuren